.
.
Staatsmijn Emma 1911 - 1973 Productiegegevens : 109.032.000 ton

 

e Staatsmijn Emma was een Nederlandse steenkolenmijn die van 1911 tot 1973 gevestigd was tussen Treebeek (thans gemeente Brunssum) en Hoensbroek (thans gemeente Heerlen). Het was de op één na (staatsmijn Maurits) grootste steenkolenmijn van Nederland en bereikte met meer dan 109 miljoen ton steenkool de hoogste totale nettoproductie van alle mijnen in Nederland.

De mijn bezat aanvankelijk twee schachten die voorzien waren van traditionele stalen schachtbokken, open staalconstructies voorzien van een koepesysteem bestaande uit grote wielen om de schachtkabels naar de nabijgelegen ophaalmachines te leiden. In 1939 vond de eerste uitgebreiding plaats met de aanleg van schacht 3 die voorzien was van een betonnen schachtbok met een geïntegreerde ophaalmachine recht boven de schacht. Dit was een bijzonderheid daar deze schacht als enige in Nederland was uitgerust met een skip, een grote laadbak die in staat was 25 ton steenkool in eens naar de losvloer op te halen. Skiptransport van steenkool is efficiënter dan transport met behulp van mijnwagens in de liftkooi van een normale schacht, daar de mijnwagens een aanzienlijke dode last vormen; men kan echter geen personen vervoeren in een skip

 

Kaart concessie Staatsmijn Emma
 
.
.
De verdiepingen van de staatsmijn Emma, die de grootste concessie had van alle steenkolenmijnen in Limburg, strekten zich in het concessieveld op verschillende plaatsen tot meer dan zes kilometer vanaf de schachten uit. Ze hadden elk een oppervlakte zo groot als die van de stad Amsterdam. De kaart hierboven toont een anaglyph, waarmee de grootte van de verdiepingen vergeleken wordt met de oppervlakte van de stad Amsterdam. Om deze afbeelding in 3D te kunnen zien, heeft u een 3D-bril (Rood-Cyaan) nodig.
De schachten

.
. .
De Staatsmijn Emma had vier schachten: Locatie van schacht I van de Sm. Emma
.
Grotere kaart weergeven 
*
Schacht I maaiveld ca + 105,98 m A.P.
*
Schacht II maaiveld ca + 104,85 m A.P.
*
Schacht III maaiveld ca + 104,61 m A.P.
*
Schacht IV maaiveld ca + 65,93 m A.P.
.
De Emma had zes verdiepingen:
.
*
259-m verd.
*
325-m verd.
*
410-m verd.
*
546-m verd.
*
700-m verd.
*
855-m verd.
   
 
 
 
.....
 
 
Schachtdieptes van de Sm. Emma
   

 

 

 

 

 

Hoewel de vestigingsplaats van de Staatsmijn Emma werd aangeduid als Treebeek of Hoensbroek, heeft de mijn gedurende de gehele periode van haar bestaan gelegen op grondgebied van de gemeente Heerlen, waardoor het aantal mijnen in deze gemeente uitkwam op vier.

Ingang aan de Akerstraat-Noord 209
Staatsmijn Emma (Foto: DSM)

Schacht I en II

De mijn bezat aanvankelijk twee schachten die uitgerust waren met traditionele stalen schachtbokken; open staalconstructies voorzien van grote wielen om de schachtkabels naar de kooien en de nabijgelegen ophaalmachines te leiden. De elektrisch aangedreven ophaalmachines waren voorzien van het zogenaamde Koepesysteem.

De ingenieurs en mijnmeters van de Staatsmijnen gebruikten schacht I van de Staatsmijn Emma als zogenaamd "nulpunt". Vanaf dit nulpunt werden alle mijnkaarten en dergelijke uitgerasterd, meestal in blokken van 1 kilometer. Een coördinaat op de kaart van bijvoorbeeld -5 bij +2 betekende; 5 kilometer ten zuiden en 2 kilometer ten oosten van deze schacht I. (Klik op het kaartje onder voor een vergroting)

Schacht I (rechts) en schacht II (links) in aanbouw (Foto: DSM)
..

De boortoren van schacht II. Rechts het liergebouw, waarin de lier ter bediening van de boorinstallatie stond (Zie foto beneden) (Foto: DSM)
Het liergebouw. Uitvergroting van de linker foto (Foto: DSM)
..

Elektrische lier Schacht II

Om de schachtboren, ter afdieping van de, in dit geval, schacht II van de in aanbouw zijnde staatsmijn Emma in 1911, te kunnen laten bewegen, werd naast de houten afdieptoren (Zie foto boven) een liergebouw geplaatst. In dit liergebouw stond een elektrisch aangedreven lier met een ophaaltrommel, waarover een staalkabel liep, die op zijn beurt weer verbonden was aan de boorinstallatie in de houten afdieptoren.

Rechts op de foto het interieur van het liergebouw. De schaalverdeling rechts toont stappen van steeds 50 meter, tot maximaal 400 meter.

Deze machine bediende -zoals vele bronnen foutief melden- dus géén liftkooien, waarmee mijnwerkers, steenkolen of materialen werden vervoerd.

 

   
Elektrisch aangedreven lier met ophaaltrommel ter afdieping van schacht II (Foto's Gemeente Brunssum)
..
Schacht I (Foto: DSM)
De ingenieurs en mijnmeters van de Staatsmijnen gebruikten schacht I van de Staatsmijn Emma als zogenaamd "nulpunt".
..
Elektrische installaties en machines voor de mijnen.

Siemens-Schuckertwerke GmbH werd opgericht toen Siemens & Halske AG in 1903 hun sterkstroomafdeling samenvoegde met het Neurenbergse Elektrizitäts-Aktiengesellschaft (EAG), een vennootschap die was voortgekomen uit Schuckert & Co. van Sigmund Schuckert. (1846-1895). Siemens-Schuckertwerke verdween als zelfstandig bedrijf toen Ernst von Siemens, de kleinzoon van Werner von Siemens, in 1966 besloot deze maatschappij samen met Siemens & Halske AG en Siemens-Reiniger-Werke AG onder te brengen in één enkele vennootschap, Siemens Aktiengesellschaft . Siemens-Schuckert maakte onder andere ophaalmachines t.b.v. de mijnbouw.

..
Doorsnedetekening van het ophaalgebouw van schacht I van de staatsmijn Emma (Bron: Voorlichtingsdienst Staatsmijnen in Limburg)
..
Schacht I van de staatsmijn Emma was een dubbele schacht (2 paar schachtwielen). Het ophaalgebouw was derhalve voorzien van 2 onafhankelijk van elkaar zijnde ophaalmachines, die op hun beurt de twee liftkooien in de schacht onafhankelijk van elkaar bedienden. Er waren dus ook 2 ophaalmachinisten aan het werk. Op onderstaande tekening en foto's is te zien dat de beide ophaalmachines naast elkaar, maar in een flauwe hoek ten opzichte van elkaar waren geplaatst, zodat de schachtkabel exact naar de op de schachtbok geplaatste schachtwielen wees. Overigens waren de 2 paar schachtwielen bovenin de schachtbok ook onder deze flauwe hoek geplaatst en stonden daardoor exact uitgelijnd met de ophaalmachine.
..
Plattegrond van het ophaalgebouw van schacht I van de staatsmijn Emma (Bron: Voorlichtingsdienst Staatsmijnen in Limburg)
..
Ophaalmachinist van schacht IA (Foto: DSM)
"Koepe"-ophaalmachine van schacht IA (Foto: DSM)
..
Ophaalmachinist van schacht IB (Foto: DSM)
"Koepe"-ophaalmachine van schacht IB (Foto: DSM)
..
Dat de ophaalmachine een cruciale functie binnen de mijn vervulde, blijkt wel uit onderstaande krantenartikelen, waarin melding wordt gemaakt over storingen en defecten.
..
Limburgs Dagblad 17-04-1929
 
Limburgs Dagblad 17-04-1929
Limburgs Dagblad 15-01-1955
..
Doorsnedetekening van het ophaalgebouw van schacht II van de staatsmijn Emma (Bron: Voorlichtingsdienst Staatsmijnen in Limburg)
..
Plattegrond van het ophaalgebouw van schacht II van de staatsmijn Emma (Bron: Voorlichtingsdienst Staatsmijnen in Limburg)
..
Schacht II (Foto: DSM)
Elektrische "Koepe"-ophaalmachine van schacht II (Foto: DSM)
.
De machinehal van de lagedrukcentrale. Deze kreeg haar naam na het gereedkomen van de hogedrukcentrale. De drie meest linkse machines op de foto zijn turbocompressoren voor de productie van perslucht. Rechts ernaast de turbogeneratoren. Deze generatoren werden middels een stoomturbine aangedreven. (Foto: DSM)
.
Schacht III

In 1939 vond een eerste belangrijke uitbreiding plaats met de aanleg van schacht III. De schacht, voornamelijk bestemd voor kolentransport, werd tevens ingericht als uittrekkende (lucht)schacht.

..
Bouw van de boortoren ter afdieping van de schacht III (Foto: DSM)
Bouw van de boortoren ter afdieping van de schacht III (Foto: DSM)
De boortoren ter afdieping van de schacht III (Foto: DSM)
.

Elektrische lier Schacht III

Om de schachtboren, ter afdieping van de, in dit geval, schacht III van de staatsmijn Emma in 1939, te kunnen laten bewegen, werd naast de houten afdieptoren (Zie foto's boven) een liergebouw geplaatst. In dit liergebouw stond een elektrisch aangedreven lier met een ophaaltrommel, waarover een staalkabel liep, die op zijn beurt weer verbonden was aan de boorinstallatie in de houten afdieptoren. Onder op de foto's is het interieur van dit liergebouw te zien. De linker foto is gemaakt rond 1940, de rechterfoto is gemaakt tegen het einde van de afdiepwerkzaamheden, enkele jaren later. Deze machine bediende -zoals vele bronnen foutief melden- dus géén liftkooien, waarmee mijnwerkers, steenkolen of materialen werden vervoerd. (Foto's Gemeentearchief Brunssum)

.
Elektrisch aangedreven lier met ophaaltrommel ter afdieping van schacht III ca. 1940 (Foto: DSM)
Elektrisch aangedreven lier met ophaaltrommel ter afdieping van schacht III ca. 1943 (Foto: DSM)
.

De bevriesmethode zoals gebruikt ter afdieping van schacht III

Een succesvolle manier om een schacht door een dikke laag drijfzand af te diepen, is de bevriesmethode. Zij bestaat daarin, dat de waterhoudende deklaag ter plaatse van de schacht bevroren wordt. Deze wijze van werken is weliswaar duur, doch zij biedt onder vrijwel alle omstandigheden kans op succes. De meeste schachten in Zuid-Limburg werden volgens deze methode afgediept. Op de plaats waar de schacht moet komen wordt een boortoren gebouwd. Binnen dat gebouw wordt begonnen met het maken van de voorschacht. Deze is veel ruimer dan de schacht zelf, hij wordt gedolven tot aan de grondwaterspiegel. Ter bescherming van de daar werkzame arbeiders, worden de wanden bekleed met beton. Ook op de vloer van de voorschacht, rondom de te maken schacht, wordt een laag beton gestort, de plaatsen van de later te boren bevriesgaten worden uitgespaard.

   
Het interieur van het bevrieshuis van schacht III (Foto: DSM)
.

In een cirkel rondom de te maken schacht worden vervolgens de bevriesgaten geboord. De onderlinge afstand van deze gaten wordt zodanig gekozen, dat na bevriezing de ijsmuur overal voldoende dik is. Bij een schachtdiameter van 6 meter zet men de boorgaten aan in een cirkel met een middellijn van 12 meter en op onderlinge afstanden van ± 1,05 meter, zodat in totaal 36 gaten moeten worden geboord. De bevriesgaten worden tot 15 à 25 meter in het carboongesteente geboord. Om afbrokkelen en navallen van de boorgatwanden te voorkomen kan men ze bekleden, of men gebruikt dikspoeling.

In de gereed gekomen boorgaten worden eerst de bevriesbuizen aangebracht. Deze buizen met een diameter van circa 140 mm, zijn op de bodem van het boorgat gesloten. De valbuizen, welke een kleinere diameter hebben (50 mm), worden vervolgens concentrisch in de bevriesbuizen aangebracht. De valbuizen zijn van onderen open, ze worden neergelaten tot even boven de bodem van de bevriesbuizen. Nadat alle boorgaten met de bevries- en valbuizen zijn uitgerust, worden boven de vloer van de voorschacht twee ringvormige buisleidingen aangelegd, waarvan de ene met de bevriesbuizen en de andere met de valbuizen is verbonden.

Door koude vloeistof, die in een bevriesmachine tot een temperatuur van -21°C wordt afgekoeld, voortdurend door de valbuizen naar beneden te pompen en door de bevriesbuizen te laten opstijgen, zal zich geleidelijk om elk bevriesgat een ijscilinder vormen, die dagelijks in dikte toeneemt. Reeds na betrekkelijk korte tijd vormen al deze ijscilinders samen een stevige ijsmuur. Zodra deze is aangegroeid tot aan de omtrek van de te maken schacht, kan met afdiepen worden begonnen. Ook tijdens deze werkzaamheden wordt het bevriezen voortgezet, waardoor de ijsmuur voortdurend dikker en sterker wordt.

   
Afdiepen schacht III in 1945 (Foto: DSM)

Schachttoren

De betonnen schachttoren boven de schacht was voorzien van twee, geïntegreerde ophaalmachines. Schacht III was een dubbele schacht, dat wil zeggen dat men in iedere schachthelft een complete ophaalinrichting kon aanbrengen. Aanvankelijk werd voor het schachtvervoer alleen gebruik gemaakt van liftkooien in schachthelft IIIB, gelegen aan de Treebeekzijde. Om de capaciteit van de schacht voor het vervoer van steenkool te vergroten werden in 1950 de beide kooien vervangen door een skip. Dit is een grote laadbak waarmee de steenkool, geheel automatisch, naar de losvloer wordt getransporteerd. Skipvervoer van steenkool is efficiënter dan het gebruikelijke transport met behulp van mijnwagens. Het vervoer is niet alleen sneller, ook is er door het ontbreken van het gewicht van de mijnwagens, een aanzienlijke vermindering van de dode last. Een nadeel is dat personenvervoer niet mogelijk is met een skip.

In 1962 werd ook schachthelft IIIA (Hoensbroekzijde) in gebruik genomen en eveneens ingericht voor skipvervoer. Deze installatie bestond niet uit twee skips zoals in IIIB, maar slechts uit één grote brede skip, echter met contragewicht. Hiermee was het mogelijk per trek 25 ton kolen vanaf alle verdiepingen te vervoeren. Samen met de bestaande skipinstallatie in schachthelft IIIB (10 ton per trek) werd de totale vervoerscapaciteit van de schacht vergroot tot 1200 ton per uur. In 1966 werd eveneens schacht II van de mijn verbouwd tot skipschacht. Deze had een capaciteit van 14 ton kolen per trek. Als contragewicht diende een enorme liftkooi van zes verdiepingen, deze werd gebruikt voor personen- en materiaalvervoer.

Schacht III Staatsmijn Emma (Foto: DSM)
 
.
 

Carl Friedrich Koepe (Bergkamen, 1 juli 1835 - Bochum, 12 september 1922)

Het Koepesysteem is een vervoerstechniek door mijnschachten die door Carl Friedrich Koepe in de jaren 1876-1877 werd ontwikkeld.

Bij het systeem wordt door middel van een aandrijfschijf de kabel voortbewogen die zorgt voor het schachtvervoer. Het Koepesysteem werd in veel steenkoolmijnen in Europa, Azië en Australië gebruikt bij het transport van mijnwerkers, steenkool en materiaal door de mijnschachten.

.

Vanaf de liftkooien lopen de armdikke stalen kabels over de schachtwielen naar de Koepeschijf, die wordt aangedreven door een ophaalmachine. De schachtwielen, met een diameter van 7 à 8 meter, zijn boven in een schachtbok aangebracht. Ophaalmachine en Koepeschijf zijn vaak in een belendend gebouw ondergebracht, maar kunnen ook boven in een schachttoren zijn gemonteerd.

Bij het Koepesysteem is de eerder toegepaste ophaaltrommel vervangen door een schijf, de Koepeschijf, waar de kabel overheen loopt. Hierdoor is het mogelijk aan één kabel twee liftkooien te hangen. Bij het schachtvervoer zal in ieder gedeelte van de schacht, één kooi naar onderen en gelijktijdig een andere naar boven gaan.

.

Ophaalmachine IIIA van schacht III (Foto: DSM)
Ophaalmachine IIIB van schacht III (Foto: DSM)
.  
Omdat de oorspronkelijke schachten ver buiten het centrum van de concessie lagen, werd de afstand tussen de schachten en de toekomstig te ontginnen kolenvelden te groot. Er werd daarom besloten een vierde schacht aan te leggen. In 1947 werd in Schinnen gestart met de aanleg van schacht IV, na veel vertraging werd deze in 1956 opgeleverd. De schacht die ongeveer 6½ kilometer van de overige drie schachten van de Emma verwijderd lag, was voorzien van een 46 meter hoge, betonnen schachtbok met geïntegreerde ophaalmachine en traditionele liftkooien. Schacht IV was aanvankelijk hoofdzakelijk bestemd voor het omlaag brengen van waschberger, gebroken afvalsteen afkomstig van de wasserij. Deze stenen werden bovengronds via een dubbel stel valpijpen in de schacht, naar de ondergrondse bunkers op de 325 en 410 meter verdieping gestort..De stenen werden gebruikt om de ontkoolde pijlers op te vullen, waardoor instorting werd voorkomen, hiermee werd getracht mijnschade bovengronds te beperken. Vanaf 1961 werd de schacht ook voor personentransport gebruikt.
 
   
FILM: De mannen van de 546 (Sm. Emma 1973) (Film: DSM)
.

Nadat in 1963 de kolenwinning van de schuine lagen in het 'zadel van Puth' werd gestaakt kwam het personenvervoer van schacht IV stil te liggen. Daarna bleef de schacht tot aan de sluiting in gebruik als intrekkende ventilatieschacht.

De Emma was vanaf 1947 door middel van een 13 kilometer lange steengang verbonden met de Staatsmijn Maurits te Geleen (thans gemeente Sittard-Geleen). In 1963 werd de mijn geïntegreerd met de Staatsmijn Hendrik te Brunssum, de samengevoegde mijnen gingen verder onder de naam Staatsmijn Emma-Hendrik.

Veel mensen uit Hoensbroek en omgeving waren werkzaam op deze mijn. Op haar hoogtepunt werkten er ongeveer 10.000 mensen, waarvan circa 6000 ondergronds. Na de sluiting in 1973 nam de werkgelegenheid fors af, en heerste er grote werkloosheid in deze regio.
Schacht III
.

Steenberg

Het steenafval afkomstig van de Staatsmijn Emma werd per spoor vervoerd, via het emplacement van de Staatsmijn Hendrik, die enkele kilometers verderop lag, naar het gezamelijke steenstort, Emma-Hendrik in Brunssum. Omdat op dit steenstort het steenafval van twee grote staatsmijnen werd gestort, was deze steenberg dan ook, op die van de Staatsmijn Maurits te Geleen, de grootste steenberg in het Limburgse landschap.

Om een indruk te krijgen over de omvang van de grootste steenberg (Staatsmijn Maurits), hier enkele cijfers:

De steenberg van de Staatsmijn Maurits te Geleen bevatte uiteindelijk 26.000.000 ton steen, was 110 meter hoog en besloeg een oppervlakte van meer dan 84 hectare.

 

   
Steenstort van de Staatsmijn Emma-Hendrik in Brunssum (Foto: DSM)

5 december 1974

Hoewel de staatsmijn Emma officiëel haar deuren al in het najaar van 1973 sloot, bleven de werkzaamheden ten behoeve van de sluiting van de mijn nog enkele jaren doorgaan. Zo kwam, ruim een jaar na de sluiting van de mijn, de laatste kooi naar boven en wel die van schacht IA. Deze schacht diende na de mijnsluiting voornamelijk als goederenlift, om zo het grootste gedeelte van de ondergondse materialen, die nog bruikbaar, verkocht, of gerecyceld konden worden, naar de oppervlakte te vervoeren.

 

 

 

FILM: Laatste wenteling Schachtwielen van de Emma-Hendrik
   
.
Elektrische centrale
.
Ook de elektrische centrale, die onder andere de mijn van stroom had voorzien, bleef tot jaren na de mijnsluiting in bedrijf. Vanaf 1 juni 1983 zou de centrale geen gebruik meer kunnen maken van het koelwater van van de DSM-centrale op het voormalige mijnterrein en zou weldra haar deuren sluiten, waarbij de 72 arbeidsplaatsen verloren zouden gaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto: Heemkunde Brunssum

Sloop

.

FILM: Opblazen schacht III op 28-10-1983 (© P. Sikora)
FILM: Opblazen schacht III op 28-10-1983
FILM: Opblazen schacht III op 28-10-1983 (© NOS Journaal)
.        

Opblazen schacht III op 28-10-1983

Na 10 jaar gecondonneerd geweest te zijn in afwachting van een eventuele heropening van de ondergrondse werken (daar het gehele concessiegebied Emma-noordveld als strategische reserve nooit ontgonnen is), werd op 28 oktober 1983 de imposante schachttoren van schacht III van de Emma, met zijn 63 meter hoogte destijds een blikvanger in deze regio, alsnog gesloopt. Door een technische fout werden bij het opblazen van de schachttoren grote betonnen brokstukken meer dan 250 meter in de omgeving weggeslingerd. Hierbij werden vele gebouwen beschadigd, waaronder woonhuizen en het gebouw van de voormalige mijnpolitie, dat dusdanige schade opliep dat het moest worden gesloopt.

Drie politieagenten raakten gewond, verschillende buurtbewoners verkeerden in shocktoestand en de regionale krant van zaterdag 29 oktober 1983 kopte: "Wonder dat er geen doden zijn gevallen".
   
Opblazen schacht III op 28-10-1983

Sloop

.

VOLGT

VOLGT

FILM: Sloop gebouwen
FILM: Sloop gebouwen
FILM: Sloop gebouwen
.        
.

Omschieten schoorsten

27 juni 1986 om 14.00 uur zou de laatste tastbare herinnering aan de staatsmijn Emma verdwijnen. Met het omschieten van de 110 meter hoge schoorsteen van de voormalige elektrische centrale op het voormalige mijnterrein zal een, door zo velen bekend herkenningspunt, tot het verleden behoren. Er zouden 150 kleine springladingen worden gemonteerd, om de kolos op de knieën te krijgen.

 

De woensdagavond ervóór klommen enkele jeugdige waaghalzen een laatste maal in de schoorsteen.

Limburgsch Dagblad 17-06-1986
Limburgsch Dagblad 27-06-1986
.        

Omschieten van de schoorsteen van de voormalige staatsmijn Emma op 27 juni 1986 (Foto: DSM)
Omschieten van de schoorsteen van de voormalige staatsmijn Emma op 27 juni 1986 (Foto: DSM)
 
 
Klik op de afbeeldingen om naar het fotoalbum te gaan.

Uit het archief:
 
     
Schachten I en II Schacht III Staatsmijn Emma bovengronds
       
Staatsmijn Emma ondergronds Fotoalbum Sloop Gebouwen Omschieten Schoorsteen 1
       
Omschieten Schoorsteen 2 Afdekken Schacht III
 
.
.
 
Ondergrondse mijnwerkers die omkwamen in de Staatsmijn Emma
.
 
   
   
Staatsmijn Emma
 
   
   
Block J.
1911
  Bijlsma O.  
1924
  Rzadkiewicz J.E.
1950
Bus J.S.
1911
  Beenen C.  
1925
  Stienen P.L. 
1950
Debye J.L.  
1911
  Elzinga W.  
1925
  Herveile J.H.
1950
Gerards W.H.
1911
  Greínl A.  
1925
  Marcus R.G.
1950
Griens G.J.
1911
  Verstraaten P.  
1926
  Rooy, P.J.de  
1951
Delden, A.van 
1911
  Kisters H.  
1926
  Hoogakker W.
1951
Görtzen F.L.
1912
  Feenstra H.  
1927
  Creusen J.L.
1951
Benning H.
1913
  Hooren, M.Th.v. 
1927
  Sevriens L.H.W.
1951
Wolff, K.de
1913
  Raadschelders H.  
1927
  Hermans J.N.
1952
Toussaint L.D.
1915
  Slupski J.  
1927
  Scheffer J.
1952
Heel, M.van
1915
  Leeuw, J.van der 
1927
  Teeuwen J.H.
1952
Duria F.
1915
  Garbas R.J.F.  
1928
  Steinbisch J.H.  
1953
Gehres H.
1916
  Walstra H.  
1929
  Wierts P.J.
1953
Breukers J.C.  
1916
  Arnouts A.  
1930
  Schellings J.J.M.
1953
Lausen J.
1916
  Habets F.H.  
1930
  Smal J.
1953
Vennen H.
1916
  Hermans N.J.  
1932
  Kierkels J.M.
1953
Roskam R.
1916
  Kesteren, A.T.van 
1933
  Kusters J.H.
1954
Jansen E.  
1916
  Placskowsky A.  
1933
  Slijpen W.R.
1954
Kamman S.  
1916
  Marx A.J.  
1933
  Heijnen H.J.
1954
Bahr A.J.  
1917
  Weyermans L.  
1933
  Stevens N.J.
1954
Gilkin G.
1917
  Bartnicki St.  
1933
  Palm H.
1954
Offermans J.H.
1917
  Stuyts J.B.  
1933
  Dols G.H.
1954
Stalmans H.
1917
  Cortlever J.A.
1933
  Gelissen J.F.
1954
Oppen, Fr.van 
1917
  Defaux J.  
1933
  Kessels W.J.  
1955
Alertz W.
1918
  Wolters G.  
1935
  Reinders J.M. 
1955
Notermans A.J.
1918
  Meulen, A. v.d. 
1935
  Schoenmaker J.H
1955
Knol K.  
1919
  Gerrits H.
1935
  Driessen J.W.C.  
1956
Esser M.  
1919
  Brouwer F.  
1936
  Reufels H.V.
1956
Til, L.J.van  
1919
  Florax P.  
1939
  Sanders H.H.  
1956
Jetziorkowsky A.
1919
  Lennartz C.  
1939
  Timmersmans J.H 
1957
Moskelunas P.
1919
  Ruijters F.H.  
1939
  Lindelauf G.J.F.
1957
Netten C.A.
1919
  Cleeren F.P.  
1940
  Molen, B. van der
1958
Viletto A.
1919
  Leijenhorst, P.van
1940
  Lipsch M.
1958
Spelthan J.J.
1919
  Smeets J.H.  
1940
  Habets J.G.E.  
1959
Bertrand W.J.
1920
  Bindels M.H.  
1941
  Scheenen G.  
1959
Nieuwland O.
1920
  Kerens M.C.  
1941
  Laar, A.v.d. 
1960
Ruffini J.
1920
  Schutte J.W.  
1941
  Hannen H.J.M.  
1961
Oerle, B.van
1920
  Huiskens J.  
1942
  Daniëls J.G.  
1961
Beuker B.
1921
  Bor H.  
1942
  Soeten M.J.  
1962
Fajonk F.
1921
  Rekko H.J.  
1942
  Albers F.H.  
1962
Doek H.
1921
  Esschert, F.F. v.d.
1943
  Robben J.H.H. 
1962
Smeets M.J.  
1921
  Grothues J.  
1943
  Hermans J.B.A.
1963
Stassen L.J.  
1921
  Postuma G.  
1943
  Tiensta E.  
1964
Bakel, W.F.van  
1921
  Nijenhuis, A.te  
1943
  Meuffels H.F.  
1964
Klonen W.  
1921
  Geraeds J.E.  
1944
  Geenen, A. van 
1965
Stuits J.  
1921
  Joosten J.P.C.  
1945
  Burgermann K.J.
1965
Hermans J.L.  
1921
  Meertens H.M. 
1945
  Veer H.G.
1966
Cornelissen G.
1922
  Habets P.S.  
1945
  Vandebergh M.J.  
1967
Piepot B.  
1922
  Janssen A.L.
1946
  Leenders A.  
1967
Wijnen P.  
1922
  Zelissen J.W.M.
1946
  Kummeling E.W.  
1968
Garritsen H.  
1923
  Hanegraaf H.
1946
  Horosz S.  
1969
Panis A.  
1923
  Noordhuis S.R.  
1947
  Reumkens 
1970
Leise C.
1923
  Elzen van den
1947
  Jeurissen J.W.  
1972
Krommendijk A.W  
1923
  Galoch P.
1947
  Jennekens J.H.  
1974
Heuvel, H.J. v.d. 
1924
  Frickis N.
1948
     
Petersen P.  
1924
  Evers L.Th.
1948
     
Deumens C.  
1924
  Smeets J.W.M.
1948
     
Lennerts H.  
1924
  Wesseling Th. J. 
1948
     
Hofman W.  
1924
  Bek B.
1949
     
 
   
     
 
Bovengrondse mijnwerkers die omkwamen in de Staatsmijn Emma
.
 
Staatsmijn Emma    
             
0023* Theeuwen P.H.   14-12-1967   0562  Garritsen W.   24-10-1940 
0046  Unen, A. van  15-06-1965    0565  Geenen, P.L. van  24-09-1940 
0108   Kerckhoffs H.A.E.   05-07-1960    0590  Habets P.J.   16-11-1939 
0110* Maassen P.G.H.   31-05-1960    0593  Leers J.   11-09-1939 
0130  Sijstermans H.   20-01-1959    0636  Veldman S.   05-05-1937 
0158  Martens L.H.J.L.   07-02-1958    0722  Geelen J.H.   26-04-1933 
0192  Moonen H.M.   16-09-1955    0750* Broek, J. van den  09-03-1932 
0202  Mestrum P.H.M.   24-01-1955    0777  Jochems C.  07-05-1931 
0214  Beerendonk L. 20-06-1954    0782   Debrabander H.L.J. 25-03-1931
0236** Roushop J.H.   30-05-1953    0884  Collaris E.P.H.   09-03-1928 
0237** Franssen J.H.   30-05-1953    0893  Goossens P.F.J.   25-11-1927 
0238**  Noppeney M. 30-05-1953    0929  Postuma R.   23-12-1926 
0258  Waskiewicz J.C.C. 29-07-1952    0943  Geurts A.L.   19-07-1926 
0415  Krikke H.Th.   26-09-1945    1035  Offermans H.J.   17-01-1927 
0432  Bisschops J.S.   23-08-1944    1175  Kommers C.   09-08-1919 
0434  Dieteren J.A.   22-08-1944    1201  Nieuwhof P.B.   15-12-1918 
0439  Doorn, J. van  24-06-1944    1211  Schalkwijk H.   19-08-1918 
0468  Kisters W.H.   24-09-1943    1223  Groot, A.H. de  27-03-1918 
0469  Wöhler J.   24-09-1943    1304 Anke K. 15-01-1915
0470  Sterckel A.R.C.   24-09-1943         
0472  Vreeze, B. de   20-08-1943         
             
* = Werkzaam op Cokesfabriek EMMA in Hoensbroek
** = Werkzaam op Cokesfabriek EMMA II in Beek
.
 
  Copyright © DeMijnstreek.nl 2005 - 2015 Disclaimer Contact Cookiebeleid  
Deze website werd verzorgd door: